Door cookies te accepteren kunnen we uw gebruikerservaring op onze website verbeteren - Meer informatieCookies toestaan

Onterving via levensverzekering definitief uit den boze

Ouders kunnen hun kinderen niet langer onterven door het onderschrijven van een levensverzekering. Dit is het gevolg van een wet die op 29 november 2012 in de Kamer van volksvertegenwoordigers werd gestemd. Levensverzekeringen werden in het verleden maar al te vaak met dat doel aangewend. Nadat de mogelijkheden daartoe in 2008 reeds door een arrest van het Grondwettelijk Hof werden beperkt, heeft nu ook de wetgever deze praktijk definitief een halt toegeroepen.

Alvorens de nieuwe wettelijke regeling nader toe te lichten, duiden we enkele kernbegrippen.

De reserve en het beschikbaar deel

Kinderen kunnen in het Belgische erfrecht niet worden onterfd. Zij genieten van een voorbehouden erfdeel in de nalatenschap van hun ouder(s), dat hen niet kan worden ontnomen (de zgn. 'reserve'). Dit betekent dat kinderen hoe dan ook gerechtigd zijn op een welbepaald deel van de nalatenschap. Daarover kan de erflater dus niet vrij onder kosteloze titel beschikken.

De omvang van de reserve varieert in functie van het aantal kinderen die tot de nalatenschap komen. Is er één kind, dan bedraagt de reserve van het kind ½ van de nalatenschap. Twee kinderen hebben samen recht op (minstens) 2/3 van de nalatenschap. De reserve van drie of meer kinderen bedraagt gezamenlijk ¾ van de nalatenschap. Let op: is er een kind vooroverleden, dan kunnen zijn kinderen (kleinkinderen) in principe wel gezamenlijk zijn plaats vervullen.

Over het overige deel van de nalatenschap kan de erflater vrij en naar eigen goeddunken beschikken, ten voordele van wie hij ook wil (d.i. het zgn. 'beschikbaar deel').

De fictieve massa

De reserve van de kinderen kan niet worden aangetast doordat de erflater tijdens zijn leven (een substantieel deel van) zijn vermogen (buiten erfdeel) zou wegschenken. Om de concrete omvang van de reserve en het beschikbaar deel te berekenen, worden de schenkingen die de erflater tijdens zijn leven heeft gedaan, immers fictief gevoegd bij het vermogen dat de erflater bij zijn overlijden nalaat. De nalatenschap wordt dus fictief weder samengesteld alsof de erflater tijdens zijn leven geen schenkingen onder de levenden zou hebben gedaan (d.i. de zgn. 'fictieve massa').

De vordering tot inkorting

Indien de reservataire erfaanspraken van (één van) de kinderen niet kunnen worden voldaan met hetgeen de erflater bij zijn overlijden nalaat (doordat hij bijv. te veel (buiten erfdeel) heeft weggeschonken tijdens zijn leven), betekent dit dat de erflater over meer heeft beschikt (onder kosteloze titel) dan hetgeen hem wettelijk was toegelaten en dat het beschikbaar deel dus is overschreden. In dat geval kunnen de benadeelde kinderen na het overlijden van de ouder een zgn. vordering tot inkorting instellen. Een dergelijke vordering strekt ertoe de reservataire erfaanspraken te doen gelden. Diegene die teveel heeft gekregen, moet dit teruggeven ('inkorten'), zodat het aandeel van de reservataire erfgenamen wordt hersteld (en zij dus hun voorbehouden deel in de nalatenschap ontvangen).

Voorbeeld

Een voorbeeld kan één en ander verduidelijken. Een erflater heeft twee kinderen en een vermogen bij overlijden van 100. Tijdens zijn leven heeft de erflater een schenking gedaan aan een goede vriend van 20. De reserve van ieder kind wordt dan niet berekend op 100 maar op 120 (d.i. de fictieve massa). De reserve van ieder kind bedraagt zodoende 40 (⅓ van 120). Beide kinderen hebben dus minimaal recht op 40, maar krijgen ieder 50 (½ van 100). Vermits zij ieder meer ontvangen dan 40, worden hun reservataire erfaanspraken niet aangetast. De vriend mag de schenking van 20 integraal behouden. Stel evenwel dat de schenking aan de vriend 80 bedraagt. De fictieve massa bedraagt dan 180, de reserve van ieder kind 60. Aangezien ieder kind maar 50 ontvangt, hebben zij nog ieder recht op 10. Hiertoe kunnen zij ieder afzonderlijk een vordering tot inkorting instellen lastens de vriend. De vriend behoudt dan finaal 60 (80-20) over.

Een levensverzekeringscontract ter omzeiling van deze regels?

In het verleden werd vaak getracht om deze regels te omzeilen door het onderschrijven van een levensverzekeringscontract (bijv. om een ruimere bescherming te bieden aan de nieuwe partner of om bepaalde kinderen substantieel meer te bevoordelen ten opzichte van de andere kinderen). Door het betalen van een (zeer) hoge premie bracht de verzekeringnemer (ouder) dan een groot deel van zijn vermogen onder in een verzekeringsproduct. Bij diens overlijden kwam het opgebouwde kapitaal integraal toe aan de in de polis aangeduide begunstigde (bijv. de nieuwe partner of bepaalde van de kinderen).

Het succes van deze techniek was terug te vinden in artikel 124 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. Door deze bepaling werden schenkingen die gebeurden onder de vorm van een levensverzekering immers aan een bijzonder erfrechtelijk regime onderworpen. Zo werd de uitkering van een levensverzekeringscontract in principe integraal buiten de nalatenschap gehouden. Benadeelde kinderen konden hier niet tegen op komen met een vordering tot inkorting. Enkel voor zover de premies die de verzekeringnemer had betaald, kennelijk buiten verhouding stonden tot zijn vermogenstoestand, kon de inkorting worden gevorderd, maar dan enkel voor de betaalde premie(s) en niet voor het uitgekeerde kapitaal. Het kapitaal bleef erfrechtelijk dus volledig buiten schot. Door zijn vermogen onder te brengen in een verzekeringsproduct kon men aldus een substantieel deel van zijn vermogen aan de vereffening en verdeling van de nalatenschap onttrekken. Kinderen van de erflater die hierdoor hun reserve aangetast zagen, konden veelal niet anders dan toekijken.

Arrest Grondwettelijk Hof 26 juni 2008

In 2008 heeft het Grondwettelijk Hof de toepassing van voormelde techniek enigszins getemperd. Het Hof ging daarbij uit van de vaststelling dat vele verzekeringsproducten niet meer beantwoorden aan de initiële doelstelling van de levensverzekering (de bescherming van de nabestaanden), maar veeleer een spaar- en/of beleggingsproduct vormen. In de zaak die aan het Hof werd voorgelegd, oordeelde het Grondwettelijk Hof dat de regeling van artikel 124 Wet Landverzekeringsovereenkomst ongrondwettig is in de mate dat de kinderen van de erflater (verzekeringnemer) hier niet tegen kunnen opkomen indien hun reservataire erfaanspraken zijn aangetast. Hoewel het Hof enkel uitspraak deed over een spaarverrichting in de vorm van een gemengde levensverzekering en een arrest van het Grondwettelijk Hof in principe niet per analogie op andere gevallen mag worden toegepast, werd in de literatuur algemeen aangenomen dat de beslissing van het Hof kon worden doorgetrokken naar iedere vorm van levensverzekering die in feite neerkwam op een echt beleggingsinstrument. Het Hof benadrukte tevens (en in tegenstelling tot hetgeen vermeld staat in het artikel 124) dat niet enkel de premies, maar wel het (uitgekeerde) kapitaal erfrechtelijk in rekening diende te worden gebracht.

Nieuw artikel 124 Wet Landverzekeringsovereenkomst

De uitspraak van het Grondwettelijk Hof wordt nu in een wettelijk kader gegoten. Door het nieuwe artikel 124 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst zal in geval van overlijden van de verzekeringnemer (ouder) voortaan aldus de volledige verzekeringsprestatie (in de mate hieraan een schenking ten grondslag ligt) bij de vereffening en verdeling van de nalatenschap moeten worden betrokken. Kinderen wiens reservataire erfaanspraken door een verzekeringspolis worden aangetast, zullen ook daadwerkelijk een vordering tot inkorting kunnen instellen en dit dus voor het volledige kapitaal. De nieuwe regeling heeft volgens de parlementaire voorbereiding een algemene draagwijdte, zodat zij van toepassing is op alle soorten levensverzekeringscontracten die onder het toepassingsgebied van de wet op de landverzekeringsovereenkomst ressorteren. Met het onterven van kinderen via levensverzekering heeft de wetgever aldus duidelijk komaf gemaakt.

Begunstiging vooruit en buiten erfdeel

Tot slot: in navolging van een arrest van het Grondwettelijk Hof van 2010, heeft de wetgever verder ook bevestigd dat schenkingen via levensverzekering vermoed worden te zijn aangegaan 'buiten erfdeel'. De verzekeringnemer dient zich hier terdege van bewust te zijn, gelet op de ingrijpende gevolgen ervan op het niveau van de vereffening en verdeling van de nalatenschap. Indien de verzekeringnemer (ouder) de gelijkheid onder zijn kinderen wenst te respecteren, zal aldus uitdrukkelijk moeten worden aangegeven dat de begunstiging plaatsvindt op voorschot van erfenis. Gelet op het vereiste neutrale karakter van de schenking via levensverzekering, is dit evenwel een delicate oefening en moet hiertoe de nodige voorzichtigheid aan de dag worden gelegd. Bright Advocaten staat haar cliënten hier graag in bij.

Edit 11/01/2013: de wetswijziging verscheen vandaag in het Belgisch Staatsblad en treedt derhalve in werking binnen 10 dagen, hetzij per 21/01/2013.

 

 


Voor meer informatie over dit blogbericht kan u steeds contact opnemen met Mr. Steven Seyns

- E-mail: Steven.Seyns@b-right.be
- Tel: +32 (479) 68 90 42

Reageer

(Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd op de website.)